Inspirerend, veel bereikt en veel geleerd!
Al in 2009 begon de FNV met solidariteitswerk in Marokko. Eerst lag de focus op kinderarbeid, maar al snel ging het richting het versterken van vakbonden in de agrarische sector. FNV-kaderlid Brahim Rezziki was er vanaf het begin bij. FNV-bestuurder Jeroen Brandenburg raakte vanaf 2018 betrokken bij het internationale vakbondswerk. “Er zit een heel systeem achter hoe je met elkaar de wereld een beetje beter kunt maken.”
Eerste stappen als FNV-kaderlid in Marokko
Al vele decennia is hij kaderlid van de FNV. Brahim Rezziki heeft als operation specialist bij zadenproducent Bayer een bijzondere interesse voor de zadensector. Hij was al actief in de FNV Werkgroep Internationale Zaken en toen het verzoek kwam om een rol te spelen in een anti-kinderarbeidproject van de onderwijsbond AOb in Marokko, zei hij meteen ja. Hij is er tenslotte zelf ooit geboren. “In 2010 zijn we voor het eerst met een kleine FNV-delegatie naar Marokko gereisd”, vertelt hij. “In de agrarische sector waren toen weinig vakbonden; werknemers waren niet goed georganiseerd en werkten onder slechte arbeidsomstandigheden. Ik kwam vaak in Marokko op familiebezoek, maar zag nu een hele andere kant van het land. Dat viel me tegen.”
Doorzetten en geduld hebben
Tegelijkertijd was dit ook doorslaggevend om in actie te komen. “Ik besefte dat we wat moesten doen”, zegt Brahim. “Landarbeiders werden slecht betaald, dat moest op z’n minst naar een leefbaar loon. En zo kwamen er steeds meer thema’s bij. Naast de strijd tegen kinderarbeid gingen we ook aan de slag met organising, veilig werken en de positie van vrouwen.”
Tijdens het eerste bezoek werden meteen kaderleden van de Marokkaanse landbouwbond FNSA getraind om nieuwe leden te werven. Zadenbedrijf Syngenta is heel groot in Marokko, daar gingen de kaderleden langs om werknemers bewust te maken. “Wij leerden ook van hen”, zegt Brahim. “Bijvoorbeeld van het eigen initiatief dat zij namen bij het organiseren van leden. Ook wij hadden moeite om nieuwe leden te werven in 2011/2012. We mochten ook niet overal binnen bij bedrijven. Dus gingen we vroeg in de ochtend aan de poorten folderen en uitleg geven over de vakbond. Doorzetten en geduld hebben, dat hebben we van FSNA geleerd.”
Kern van het FNV-project is het versterken van collega-bonden
FNV-bestuurder Jeroen Brandenburg, sector agrarisch groen, haakte aan bij het internationale vakbondswerk in 2018. “Eerst raakte ik betrokken bij een project in India tegen kinderarbeid. Later zetten we een project in de zadensector op en via Brahim kwamen we daarmee ook in Marokko terecht. De eerste keer dat ik meeging was in 2020.”
De kern van het huidige FNV-project is het mede organiseren van vakbonden in het buitenland binnen de sector, het kennis delen en het trainen om collega-bonden te versterken. “Er zijn daar veel bedrijven die produceren voor de Europese markt, zoals Agro Care en Quality Beans (Kamps), die Nederlandse roots hebben. Voor hen is een land als Marokko interessant vanwege het klimaat en de lage lonen. Ze zitten ook in buurlanden en doen op deze manier aan risicospreiding.”
Wat mij raakt, is dat mensen in landen in het mondiale zuiden bij Nederlandse bedrijven onder de regels van dat land vallen. Ze worden minder betaald en anders behandeld.
(Brahim Rezziki)

Nederland is Tweede grote speler
Nederland is de tweede grote speler op de wereldmarkt in agrarische producten. Vandaar dat Nederlandse bedrijven in landen in het mondiale zuiden actief zijn. “Als FNV willen we graag de verbinding leggen, en onze kennis en kunde daar verder verspreiden”, zegt Jeroen. “Dat is belangrijk in het kader van arbeidsomstandigheden, want daar is nog wel een wereld te winnen. Met FNSA zijn we een relatie aangegaan die inmiddels volwassen is geworden.”
In februari waren Jeroen en Brahim nog met een FNV-delegatie in Marokko. Daar spraken ze de landbouwattaché op de Nederlandse ambassade. Jeroen: “We hebben ook gesproken over samenwerking, onder andere via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Thema’s als vrijheid van vakvereniging, leefbaar loon en vrijheid van onderhandelen zijn belangrijk in dit kader.”
“Solidariteit gaat over grenzen heen”
Dat gaat Brahim erg aan het hart. “Wat mij raakt, is dat mensen in landen in het mondiale zuiden bij Nederlandse bedrijven onder de regels van dat land vallen. Ze worden minder betaald en anders behandeld. Er wordt niet goed naar hen geluisterd. Leefbaar loon krijgen ze niet. Dat vind ik heel erg.”
De FNV committeert zich in het komende congres in juni aan een resolutie, waarin onder meer staat dat de vakbondsfederatie blijft deelnemen aan internationale campagnes en zich blijft inzetten voor sterke internationale arbeidsnormen. ‘Internationale solidariteit is een kernwaarde van de vakbeweging en die zetten we structureel voort’, aldus de resolutie. “Kortom: solidariteit gaat over grenzen heen”, zegt Jeroen.
Wij zijn verwend, vinden veel vanzelfsprekend.
(Jeroen Brandenburg)

Wederzijds respect
Jeroen verwijst naar FNV’s deelname aan de internationale sectorbonden Effat & IUF. “Er zit een heel systeem achter hoe je met elkaar de wereld een beetje beter kunt maken. Samen staan we natuurlijk sterker. En wij leren ook van hen, hè. Wij zijn verwend, vinden veel vanzelfsprekend. Zij niet, maar zij hebben bijvoorbeeld ook recht op compensatie bij arbeidsongeschiktheid. Dat is mijn drive als bestuurder, vanuit wederzijds respect voor elkaar. We zijn een vakbond met veel invloed, zowel in kennis als positie zoals in de SER en de STAR. Via FNV’s internationale werk- en solidariteitsgroepen proberen we bij te dragen aan een betere wereld.”
Vakbondswerk Marokko is voorbeeld
Vakbondswerk in Marokko is tegenwoordig hét voorbeeld voor andere vakbonden wereldwijd, zegt Brahim. “Hun ervaringen brengen ze nu verder naar de andere regio’s.” De resultaten van ruim vijftien jaar solidariteitswerk in Marokko zijn ernaar. “Trainingen geven over veilig en gezond werk: dat doen de kaderleden. Stakingen organiseren: dat doen de kaderleden. De FNSA-voorzitter Lahoucine houdt zo meer tijd over voor de sociale dialoog met de overheid.”
99 procent van werkgevers luistert naar de vakbond
Brahim somt nog meer successen op. In 2010 maakten misschien zo’n honderd werknemers gebruik van de sociale verzekeringsbank, waar pensioen en zorgverzekering zijn ondergebracht. Tegenwoordig ligt het aantal op zo’n vierduizend. De FNSA’ers worden nu gehoord door de werkgevers. “Het was in het begin een klein bondje met zeshonderd leden, nu hebben ze er vierduizend. 99 procent van de werkgevers luistert naar hen.” En, ook belangrijk: de arbeidsomstandigheden zijn verbeterd. “De manier waarop ze nu met pesticiden omgaan, is vele malen veiliger dan in 2010, waar mensen zaten te eten terwijl anderen pesticiden spoten. Ze zijn nu goed getraind.”
Geleerde lessen
“Wat mij inspireert”, zegt Jeroen, “is de leergierigheid en het enthousiasme van de Marokkaanse vakbondsmensen om de wereld beter te maken. En ze hebben meer geduld dan wij.” Maar er zijn ook geleerde lessen: solidariteitswerk vraagt geduld. “Alles is politiek in Marokko. Dat geldt overigens ook voor andere landen. Bij de FNSA zijn niet alle vakbondsbestuurders bezoldigd zoals bij ons; zij doen daarnaast veel vrijwilligerswerk. Ook zijn ze afhankelijk van andere inkomsten, en maakt dat ze voorzichtig moeten opereren. Anders ben je als een olifant in een porseleinkast.”
Interviews: Astrid van Unen