Vrouwen maken vuist binnen internationaal palmolienetwerk

Vrouwen maken vuist binnen internationaal palmolienetwerk

Home » Nieuws » Colombia » Eerlijke productieketens » 22 oktober 2026 » Vrouwen maken vuist binnen internationaal palmolienetwerk

‘Het is een historisch moment dat we nu bij elkaar komen’

Binnen het netwerk International Palm Oil Workers United (IPOWU) is enkele maanden geleden een vrouwengroep opgericht. Onlangs kwamen de vakbondsvrouwen uit Colombia, Ghana en Indonesië voor het eerst fysiek bij elkaar in Nederland, op uitnodiging van Mondiaal FNV. “Vrouwen zitten vaak in een extra kwetsbare positie”, zegt Dimple Sokartara, beleidsmedewerker van Mondiaal FNV. “Gezamenlijk kunnen we een nog sterkere vuist maken.”

IPOWU is in 2022 ontstaan op initiatief van Mondiaal FNV. Vakbonden uit de palmolieproducerende landen wisselen sindsdien ervaringen uit over arbeidsomstandigheden in deze sector en de acties die zij daarop ontwikkelen. Ook voeren ze lobby op internationaal niveau, vanuit een ketenbenadering. Duidelijk is dat er veel overeenkomsten bestaan: slechte arbeidsomstandigheden, lage lonen, onzeker werk en gebrek aan persoonlijke beschermingsmiddelen. Voor vrouwen komen hier nog zaken als de loonkloof, lage promotiekansen en seksuele intimidatie bij.

De vrouwenwerkgroep van IPOWU uit Indonesië, Colombia en Ghana op het FNV Internationaal Solidariteitsfestival, sept. 2026
De vrouwenwerkgroep van IPOWU uit Indonesië, Colombia en Ghana op het FNV Internationaal Solidariteitsfestival, sept. 2026

Verkrachtingszaak op een palmolieplantage

November vorig jaar werd Indonesië opgeschrikt door een verkrachtingszaak op een palmolieplantage. “De zogenoemde Evita-case”, legt Dimple uit. “Het geeft meteen weer waarom zo’n netwerk belangrijk is. Evita is doofstom. Ze werd verkracht tijdens haar werk. Daarna werd de dader overgeplaatst naar een andere plantage en Evita op non-actief gesteld, uit ‘bescherming’. Daar hebben vakbonden een stokje voor gestoken.”

Het IPOWU-netwerk pakte de zaak internationaal op en voerde de druk op het betreffende bedrijf en de politiek op, waarbij partnerbonden in Indonesië, palmoliebonden uit Ghana en Colombia, de FNV en Mondiaal FNV de krachten bundelden. De dader is uiteindelijk opgepakt en wordt voor de rechter gedaagd.

Druk op bedrijf en politiek

Dankzij lobby op nationaal niveau door de Indonesische palmoliebonden en een online georganiseerd seminar drong de zaak ook door tot het Indonesische ministerie van Vrouwen en Kinderrechten, de Commissie voor Mensenrechten en het ministerie van Arbeid. Inmiddels worden eveneens gesprekken gevoerd met het management van het betreffende bedrijf om Evita weer in dienst te nemen op een betere, minder kwetsbare positie. Dat wil zeggen dat ze anders dan haar vorige contract, nu een vast contract verwacht te krijgen.

Er komt iets los

“Deze zaak maakte duidelijk dat seksueel misbruik in de palmoliesector niet op zichzelf staat”, zegt Dimple. “Naar aanleiding van Evita’s verhaal kwamen meer vrouwen naar voren met hun MeToo-ervaringen. Daardoor zagen de vakbonden dat dit een groter probleem is. Inmiddels heeft het management in samenwerking met de vakbonden beleid gemaakt op seksuele intimidatie en hopelijk volgen ook andere bedrijven. We zijn in elk geval nu in gesprek met de overheid en de werkgeversorganisatie. Er komt iets los.”

Evita-case aanleiding voor oprichting vrouwengroep palmolienetwerk

De Evita-case is de directe aanleiding om binnen IPOWU een vrouwengroep op te richten. Vakbonden uit Ghana, Colombia en Nederland (FNV) zorgden er samen met de Indonesische vakbonden voor dat deze zaak internationaal bekend werd. Online-bijeenkomsten met vrouwelijke vakbondsleden volgden. En nu in september is er op initiatief van Mondiaal FNV een fysieke ontmoeting in Nederland. Marely Constanza Cely Silva is er namens de Colombiaanse Escuela Sindical Palmera, waarvan ze directeur programma, training en onderzoek is, en als voorzitter van het IPOWU-secretariaat. Ze zegt hoge verwachtingen te hebben van deze vrouwengroep. “We krijgen nu de kans op een betekenisvolle uitwisseling”, zegt ze.

 “We werken altijd in stilte in ons land. Nu krijgen we de kans op interactie met andere landen.

Samenwerken betekent echte kracht

Volgens Marely zijn de vrouwen in Colombia sterk op politiek vlak, in Ghana op de palmolieplantages en binnen de gemeenschappen en in Indonesië binnen de vakbonden. Daarin kunnen ze elkaar inspireren en versterken. Ze refereert aan de ILO-conventie 190, een internationaal verdrag dat geweld en intimidatie op de werkvloer verbiedt en uitbant. Die is in 2019 aangenomen door de Internationale Arbeidsorganisatie ILO, maar nog niet door alle landen geratificeerd. “Daarop kunnen we een lobbytraject uitzetten, want samen werken betekent echte kracht.”

Historisch moment voor vrouwen palmolienetwerk

In Colombia bekleden vrouwen in het algemeen binnen de vakbonden geen hoge posities, vertelt Marely. Dat heeft alles te maken met het machoïsme in het land. Ze is in Nederland samen met twee veldwerksters, die eerder benadrukten geen steun te voelen van hun mannelijke collega’s. “Ik werd verdrietig van hun antwoorden”, zegt Marely, “want in Colombia boeken vakbonden wel degelijk vooruitgang, maar niet genoeg voor vrouwen. Er is dus nog veel werk te doen, en nu hebben we de kans dit gezamenlijk te doen. Dit is een historisch moment dat we nu bij elkaar komen.”

Stem vrouwen moet luider en als olievlek gaan verspreiden

Emelia Ghansah, hoofd training van de agrarische vakbond GAWU in Ghana, legt uit dat in haar land vakbonden hebben afgesproken dat bij alle activiteiten minimaal 30% vrouwen aanwezig moeten zijn. “Ik verwacht dan ook dat dankzij internationale campagnes en de kracht van deze vrouwengroep we groter gaan groeien. Onze stem kan hiermee luider worden.” Het leren van elkaar en het uitwisselen van ervaringen helpt volgens haar hier zeker bij. “We willen graag de ILO-conventie 190 in al onze cao’s opnemen. En mijn droom is een mentorschapsprogramma voor alle vrouwen binnen de vakbond, zodat hun kennis en kunde zich als een olievlek gaan verspreiden.”

Tijd is rijp voor verdere actie

Dimple wijst erop dat in alle betrokken landen de mannen toch in meer of mindere mate de hoofdrol spelen. Door deze fysieke ontmoeting werden de mannen gedwongen vrouwen uit hun bond te kiezen. “Dat is inspirerend voor hen, zij beseffen eens te meer dat ze er niet alleen voor staan. Ik hoop ook dat we via een mentorschap of een andere vorm elkaar gaan empoweren en inspireren. We moeten onderzoeken hoe we dit gezamenlijk kunnen oppakken. De Evita-case was een goede testcase en de tijd is nu rijp voor verdere actie.”

Emelia benadrukt dat ze Mondiaal FNV dankbaar is voor dit initiatief. “We werken altijd in stilte in ons land. Nu krijgen we de kans op interactie met andere landen. Dit brengt wensen naar buiten als een gezamenlijke stem en dat vind ik hartverwarmend.”

Interview: Astrid van Unen

Scroll naar boven

Donatie